Gedrag heeft een reden
Wie wil dat mensen zich anders gaan gedragen, moet eerst weten waarom ze het nu niet doen. Dat zoeken wij uit, dat meten wij, en dan pas kiezen we de maatregel.
Een voorbeeld. Waarom pakt iemand de auto voor een woon-werkreis, ook al lijkt de afstand geen belemmering om te fietsen?
Een inwoner woont twaalf kilometer van het werk. Met een elektrische fiets is dat ongeveer een half uur. Toch wordt elke ochtend de auto gepakt.
Een campagne over de voordelen van fietsen verandert daar vaak weinig aan. Die inwoner kent de voordelen allang. Misschien is er geen veilige route, of geen plek om de fiets te stallen. Of de auto pakken is gewoon wat er elke ochtend gebeurt, zonder dat iemand erover nadenkt.
Wie de oorzaak niet kent, kiest al snel de verkeerde maatregel. Daarom beginnen wij bij de vraag waarom.

Vier vragen die wij altijd stellen
Gedrag verandert pas als alle vier de antwoorden ja zijn. Eén nee is genoeg om alles bij het oude te laten.
Weten ze het?
Kennen mensen de mogelijkheid? Weten ze hoe lang de fietsroute is, of waar de bus stopt?
Kunnen ze het?
Is er een veilige route, een stalling, een bus die op tijd rijdt? En lukt het ook met een kind dat naar school moet?
Willen ze het?
Past het bij hoe iemand over zichzelf denkt? En wat doen collega's, buren en vrienden?
Houdt de gewoonte het tegen?
Wie elke dag de auto pakt, kiest niet elke dag opnieuw. Een gewoonte breekt vaak pas op een keerpunt, zoals een verhuizing of een nieuwe baan.
Achter deze vier vragen staan de modellen die gedragswetenschappers gebruiken, zoals het COM-B-model, het Behaviour Change Wheel, Theory of Planned Behaviour en het Transtheoretical Model of Change. Wij gebruiken die modellen als gereedschap.

Wij meten waar het knelt
Welke van de vier vragen een nee oplevert, verschilt per groep en per gebied. Een student in de stad heeft een andere rem dan een ouder in een dorp. Dat raden wij niet, dat meten wij.
Een vragenlijst onder een inwonerspanel of onder medewerkers laat per groep zien welke rem het zwaarst weegt. Observaties en tellingen laten zien wat mensen echt doen, niet alleen wat ze zeggen. En met kaartdata, zoals in de Data Assistent Mobiliteit (DAM), ziet u waar een route ontbreekt of een halte te ver weg ligt.
Zo krijgt u antwoord op twee vragen: hoeveel mensen zouden kunnen overstappen, en wat houdt hen nu tegen.
Dan pas kiezen we aan welke knop we draaien
Elke rem vraagt om een andere knop. Een campagne helpt niet als de stalling ontbreekt, en een stalling helpt niet als niemand ervan weet.
Gemak
Maak het gewenste gedrag de makkelijkste keuze. Een stalling bij de ingang, een fiets die al klaarstaat.
Wat anderen doen
Laat zien hoeveel collega's of buren het al doen. Dat werkt vaak beter dan een oproep.
Het juiste moment
Kies het keerpunt. Wie verhuist of van baan wisselt, kiest de reis opnieuw.
Belonen
Beloon snel en zeker. Een kleine beloning direct na het gedrag werkt beter dan een grote die ver weg ligt.
Terugkoppeling
Laat mensen zien wat hun keuze oplevert of kost, zonder te oordelen.
Toezeggen
Wie zelf en zichtbaar iets toezegt, houdt het vaker vol. Een afspraak met collega's helpt al.
Verlies
Mensen willen liever niets kwijtraken dan iets winnen. Laat zien wat de tweede auto elke maand kost.
Regels en geld
Soms is een zachte knop niet genoeg. Parkeerbeleid of een reiskostenvergoeding verandert de afweging voor iedereen tegelijk.
Zo werken we
De vraag scherp
Welk gedrag, van wie, waar en wanneer? "Meer mensen op de fiets" wordt bijvoorbeeld "forenzen die minder dan vijftien kilometer rijden".
Meten waar het knelt
Met vragenlijsten, observaties, tellingen en kaartdata. Wat weten, kunnen en willen mensen, en wat doet de gewoonte?
Knoppen kiezen en klein testen
Samen met u en met de mensen om wie het gaat. Eerst op kleine schaal, zodat een verkeerde aanname weinig kost.
Effect meten
Werkt het, en blijft het werken? Een meting vooraf maakt het verschil zichtbaar.
Ligt er bij u een gedragsvraag op tafel?
Wij denken graag mee, ook in een workshop met uw team.
Naar contactpagina